ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2816
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep wegens onvoldoende motivering weigering verblijfsvergunning medische behandeling
Eisers, afkomstig uit Somalië, vroegen een verblijfsvergunning aan voor hun minderjarige zoon C om in Nederland medische behandeling te ondergaan. Verweerder wees de aanvraag af omdat Nederland volgens hem niet het meest aangewezen land was voor de behandeling, mede omdat er geen sprake was van een acute medische noodsituatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom Nederland niet het meest aangewezen land zou zijn. Het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) gaf aan dat de benodigde behandeling niet in Somalië beschikbaar was en dat uitstel op langere termijn tot een medische noodsituatie zou leiden. Ook was C al in Nederland onder behandeling en had hij zich hier medisch geopenbaard.
De rechtbank stelde vast dat het beleid van verweerder niet voorschrijft dat alleen bij een acute medische noodsituatie Nederland het meest aangewezen land kan zijn. Daarom was de afwijzing onvoldoende gemotiveerd en in strijd met het motiveringsbeginsel van de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen 14 weken opnieuw te beslissen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen 14 weken opnieuw te beslissen op het bezwaarschrift.