ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2825
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring na strafrechtelijk sepot wegens ontbreken identiteitspapier
De vreemdeling, van Algerijnse nationaliteit, was op 15 juli 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van verdenking van een strafbaar feit en het ontbreken van een identiteitspapier. Na het strafrechtelijk sepot verviel de strafrechtelijke grondslag voor bewaring, waardoor alleen het ontbreken van een identiteitspapier als grond overbleef.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Raad van State dat het ontbreken van een identiteitspapier op zichzelf onvoldoende is om het vermoeden van onttrekking aan uitzetting te rechtvaardigen. De vreemdeling had meegewerkt aan het onderzoek, zodat zijn gedrag tijdens de inbewaringstelling niet wijst op onttrekking.
Daarom is het voortduren van de bewaring onrechtmatig en wordt deze opgeheven met ingang van 8 november 2002. De vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €1470,- voor de periode van 18 oktober tot en met 7 november 2002, gebaseerd op richtlijnen voor immateriële schade bij voorlopige hechtenis. Tevens worden proceskosten van €483,- aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €1470,- toegekend.