ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3757
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.H. Franke
- Rechtspraak.nl
Vaststelling relevant tijdsverloop en toekenning verblijfsvergunning na langdurige asielprocedure
Eiser, van Soedanese nationaliteit, diende op 25 februari 1998 een asielaanvraag in. Verweerder wees deze af wegens kennelijke ongegrondheid en verleende een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) van 25 februari 1998 tot 25 februari 1999, die niet werd verlengd. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd ongegrond verklaard. Na langdurige procedure van ruim drie jaar stelde de rechtbank vast dat sprake was van relevant tijdsverloop, waardoor eiser recht heeft op een reguliere verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen vluchteling was omdat hij onvoldoende aannemelijk maakte dat hij vanwege politieke activiteiten of dienstweigering een reëel risico liep op vervolging of onmenselijke behandeling in Soedan. De verklaring van eiser dat hij de mobilisatieoproep had verscheurd en zijn vrees om tegen eigen volk te moeten vechten, werden niet als voldoende grond voor vluchtelingenstatus erkend.
Verder werd vastgesteld dat eiser zich niet onverwijld had gemeld bij binnenkomst in Nederland, wat een facultatieve weigeringsgrond vormde. Desondanks was het langdurige tijdsverloop in de procedure zodanig dat de rechtbank het beleid inzake het driejarenbeleid toepaste en oordeelde dat de periode van rechtmatig verblijf, inclusief de vvtv, moet worden meegeteld.
De rechtbank vernietigde het besluit tot ambtshalve weigering van de reguliere verblijfsvergunning en veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit, waarbij rekening moet worden gehouden met het relevante tijdsverloop. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de verblijfsvergunning regulier en beveelt een nieuw besluit te nemen rekening houdend met relevant tijdsverloop.