ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4570
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende gronden en uitleg meldingsplicht
Verzoeker is ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000 vanwege vermeende herhaalde overtreding van de meldingsplicht volgens artikel 4.39 Vreemdelingenbesluit 2000. Hij verzocht om schorsing van dit besluit in afwachting van de beslissing op bezwaar. De rechtbank oordeelt dat verzoeker voldoende spoedeisend belang heeft, omdat hij risico loopt op strafrechtelijke vervolging en veroordeling.
De rechtbank stelt vast dat het besluit tot ongewenstverklaring niet gebaseerd is op feiten die kunnen worden aangemerkt als herhaalde overtreding van de meldingsplicht. Met name het feit van 2 september 2002 kwalificeert niet als overtreding, omdat verzoeker toen werd overgebracht van Ter Apel naar Amsterdam en de korpschef van Amsterdam-Amstelland reeds op de hoogte was. De rechtbank interpreteert 'bij herhaling' als ten minste twee overtredingen, maar constateert dat slechts één feit als overtreding geldt.
Verzoekers argument dat de strafbepaling niet in overeenstemming is met artikel 6 EVRM Pro kan in een strafzaak worden aangevoerd, maar leidt hier niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeert dat verweerder verzoeker op ontoereikende gronden ongewenst heeft verklaard en schorst het besluit tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan verzoeker toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt geschorst wegens onvoldoende gronden voor herhaalde overtreding.