ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4585
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende inzicht in psychische gesteldheid vreemdeling
Eiser, een vreemdeling met Kameroense nationaliteit, is op 24 november 2002 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens de zitting heeft eiser aangevoerd dat hij psychische problemen heeft en niet in staat is voor zichzelf te zorgen, waardoor het regime van de Penitentiaire Inrichting ongeschikt voor hem is. Verweerder heeft geweigerd nadere inlichtingen te verstrekken over de geestelijke gesteldheid van eiser, ondanks verzoeken van de rechtbank.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:31 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geconcludeerd dat verweerder onvoldoende heeft betwist dat de geestelijke gesteldheid van eiser een voortzetting van de bewaring onder het huidige regime niet toelaat. Tevens kon de rechtbank geen alternatieve wijze van tenuitvoerlegging beoordelen vanwege het ontbreken van informatie.
Na belangenafweging, waarbij het belang van verweerder bij uitzetting werd meegewogen tegen de omstandigheden van eiser, achtte de rechtbank de voortzetting van de bewaring niet langer gerechtvaardigd. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven met ingang van 13 december 2002 en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onvoldoende informatie over zijn geestelijke gesteldheid en het ontbreken van een gerechtvaardigd belang voor voortzetting.