ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4594
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens verslechterde situatie Mandingo in Liberia
Verzoeker, lid van de Mandingo bevolkingsgroep uit Liberia, diende een aanvraag in voor vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning wegens humanitaire redenen, welke door verweerder werd afgewezen. Verzoeker stelde dat hij risico liep vanwege zijn etnische afkomst en vermeend lidmaatschap van de oppositiegroep ULIMO-K. Verweerder betwijfelde de Mandingo afkomst en de geloofwaardigheid van het relaas, maar kon geen nieuwe feiten aandragen.
De voorzieningenrechter nam de feiten zoals door verweerder in de primaire beschikking aangenomen als uitgangspunt. Uit ambtsberichten bleek dat de situatie in Liberia sinds de eerste beschikking was verslechterd, vooral voor Mandingo, die worden verdacht van banden met oppositiemilities en risico lopen op mensenrechtenschendingen. Dit leidde tot een heroverweging van de situatie van verzoeker.
De rechter concludeerde dat verzoeker door de verslechterde situatie in Liberia en zijn Mandingo afkomst nu voldoet aan het criterium voor statusverlening zoals omschreven in het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire 2002/47. De eerdere stelling van verweerder dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een vergunning kon zonder nadere motivering niet worden gehandhaafd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd verweerder verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen zolang het bezwaar niet was beslist.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering van verzoeker wordt verboden zolang het bezwaar niet is beslist.