ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4830
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens niet tijdige kennisgeving en onvoldoende gronden voor staandehouding
Eiser werd op 30 september 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Op 1 oktober 2002 werd hij opnieuw in bewaring gesteld, ditmaal op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, Vw 2000. De rechtbank constateert dat dit geen voortzetting van de bewaring betrof, maar een nieuwe maatregel, waarvoor verweerder de rechtbank niet tijdig heeft geïnformeerd zoals vereist volgens artikel 94, eerste lid, Vw 2000.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring vanaf 4 oktober 2002 onrechtmatig is en beveelt onmiddellijke opheffing. Tevens is onvoldoende gebleken waarop het redelijk vermoeden van illegaal verblijf bij de staandehouding op 30 september 2002 is gebaseerd, waardoor ook deze bewaring onrechtmatig is. Verweerder heeft nagelaten tijdig relevante stukken te overleggen.
De rechtbank kent eiser schadevergoeding toe van €95 per dag dat hij ten onrechte aan de vrijheidsontnemende maatregel was onderworpen, in totaal €570. Daarnaast worden de proceskosten van €644 toegewezen aan eiser. Tegen het deel van de uitspraak over 30 september 2002 is geen hoger beroep mogelijk; tegen het deel over 1 oktober 2002 wel.
Uitkomst: Bewaring wordt onmiddellijk opgeheven en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend wegens onrechtmatigheid.