ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5174
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten en geen bijzonder beleid Liberia
Verzoeker, van Liberiaanse nationaliteit, diende op 12 november 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze werd op 15 november 2002 afgewezen, waarna verzoeker beroep instelde. Verzoeker stelde dat hij wel de Liberiaanse nationaliteit bezit en dat terugkeer naar Liberia van bijzondere hardheid zou zijn vanwege de verslechterde situatie aldaar.
De rechtbank overwoog dat verzoeker reeds eerder asielaanvragen had gedaan die onherroepelijk waren afgewezen. De nieuwe aanvraag werd aangemerkt als een herhaalde aanvraag, die kan worden afgewezen indien geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde documenten, waaronder nationaliteitsverklaringen en algemene rapporten over Liberia, geen nieuwe feiten vormden die tot een ander oordeel konden leiden.
De minister had op basis van ambtsberichten van juli en oktober 2002 besloten geen bijzonder beleid voor Liberia te voeren. De rechtbank stelde vast dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft en dat het ambtsbericht als deskundigenadvies objectief en onpartijdig was. De situatie in Liberia werd niet als een humanitaire noodsituatie aangemerkt die een verblijfsvergunning zou rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.