ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5894
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning asiel na procesbelang vastgesteld
Eiser, een Congolese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, nadat zijn asielaanvraag en bezwaar waren afgewezen, maar hij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd had gekregen. De vraag was of eiser procesbelang had bij doorprocederen voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank oordeelde dat het verschil in rechten, zoals snellere verkrijging van een vluchtelingenpaspoort en eerdere omzetting naar verblijfsvergunning onbepaalde tijd, voldoende belang vormt voor doorprocederen.
De rechtbank beoordeelde vervolgens of verweerder in redelijkheid het verzoek om een verblijfsvergunning asiel kon weigeren. Het asielrelaas van eiser betrof ernstige gebeurtenissen, waaronder de moord op zijn vader en verkrachtingen door soldaten in 1997. Desondanks achtte de rechtbank niet aannemelijk dat eiser persoonlijk in negatieve aandacht stond van de autoriteiten of een reëel risico liep op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer.
De rechtbank vond de medische gegevens onvoldoende om aan te nemen dat eiser door de traumatische gebeurtenissen zodanig getraumatiseerd is dat terugkeer niet kan worden verlangd. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep van eiser op een verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsrisico.