ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5895
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning asiel voor alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiser, een minderjarige uit Niger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke werd afgewezen en vervangen door een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv).
De rechtbank beoordeelde of eiser procesbelang had om door te procederen naar een verblijfsvergunning asiel. Zowel eiser als verweerder erkenden het belang vanwege verschillen in verblijfsrechten, waaronder de mogelijkheid tot omzetting naar een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en het verschil in aanspraak op een vluchtelingenpaspoort.
Eiser voerde aan dat zijn verblijfsvergunning regulier waarschijnlijk zal worden ingetrokken bij het bereiken van de meerderjarigheid, en dat een asielvergunning op basis van zijn dossier haalbaar zou kunnen zijn. De rechtbank onderschreef dit en verklaarde het beroep ontvankelijk.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht had geoordeeld dat eiser niet voldeed aan de criteria van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000, mede gelet op het traumabeleid. De omstandigheden van eiser rechtvaardigden geen verblijfsvergunning asiel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.