ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6030
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens vermeende benadelingshandeling
Eiser was van april 1992 tot april 1996 werkzaam bij een bedrijf en werd op 8 november 1995 arbeidsgeschikt verklaard na een periode van arbeidsongeschiktheid. Hij hervatte zijn werkzaamheden niet, waarna het bedrijf de arbeidsovereenkomst op 30 april 1996 liet ontbinden en een vergoeding aan eiser betaalde. Eiser vorderde loon over de periode van 8 november 1995 tot 1 mei 1996, waarop het bedrijf bezwaar maakte. Na een vonnis en hoger beroep werd een schikking getroffen waarbij het bedrijf een bedrag van ƒ6000,- netto aan eiser betaalde.
Verweerder weigerde vervolgens de WW-uitkering over die periode en vorderde terugbetaling van voorschotten wegens een vermeende benadelingshandeling. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich ten onrechte op deze grond heeft gesteld en dat eiser niet kan worden verweten zijn aanspraken te hebben verwaarloosd. De kans dat eiser meer loon zou hebben ontvangen bij voortzetting van de procedure acht de rechtbank dubieus.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de reeds betaalde voorschotten verrekend moeten worden met de uit te keren WW-uitkering. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd.