ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6896
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Blomsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezinshereniging en verantwoordelijkheid asielaanvragen op grond van de Overeenkomst van Dublin
Een Iraans gezin diende asielaanvragen in Nederland in, waarbij Duitsland en Griekenland elk verantwoordelijk werden gehouden voor verschillende gezinsleden op grond van de Overeenkomst van Dublin (OvD). Duitsland accepteerde de claim voor twee gezinsleden, Griekenland voor de overige, vanwege overschrijding van een termijn in de OvD. De minister weigerde de aanvragen gezamenlijk te behandelen en trok zich niet op het Besluit 1/2000 terug.
De rechtbank stelde vast dat Griekenland nooit een Schengenvisum aan de betrokken gezinsleden had afgegeven en daarom niet verantwoordelijk kon zijn voor de behandeling van hun asielaanvragen. De rechtbank oordeelde dat Nederland wel verantwoordelijk was en dat het Besluit 1/2000 van toepassing was, wat betekent dat de minister ten onrechte heeft nagelaten te beoordelen of voortzetting van de gezinsband in Nederland noodzakelijk is.
Gezien de psychische toestand van een gezinslid en het belang van gezinshereniging, oordeelde de rechtbank dat de minister de asielaanvragen opnieuw moet beoordelen met inachtneming van deze uitspraak. Het beroep van een gezinslid werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze inmiddels naar Iran was teruggekeerd. De overige beroepen werden gegrond verklaard en de minister werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de minister en bepaalt dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen van een deel van het gezin, met opdracht tot hernieuwde beoordeling.