ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7246
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P.M. Meskers
- M.C.R. Derkx
- B.J. Duinhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van medische behandeling en humanitaire redenen
Eiser, een Turkse vreemdeling die sinds 1981 in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van klemmende redenen van humanitaire aard en medische behandeling. Hij stelt dat hij na een ernstig arbeidsongeval in Turkije niet adequaat behandeld kan worden en dat Nederland het meest aangewezen land is voor zijn medische zorg, mede op grond van artikel 38 van Pro het Europees Verdrag inzake Sociale Zekerheid (EVSZ).
De rechtbank overweegt dat het beleid van de Vreemdelingencirculaire 1994 vereist dat Nederland het meest aangewezen land moet zijn voor medische behandeling om verblijf toe te staan. Uit het medisch rapport blijkt dat de oogbehandeling is afgerond en dat de psychiatrische behandeling ook in Turkije kan plaatsvinden. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat Nederland het meest aangewezen land is, mede omdat eiser zich dichter bij medische voorzieningen in Turkije kan vestigen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het EVSZ geen directe aanspraak op een verblijfsvergunning geeft, omdat het verdrag niet bepaalt dat behandeling aan Nederland gebonden is. Ook is het bezwaar dat eiser niet is gehoord ongegrond, aangezien de wetgeving geen hoorplicht voorschrijft in deze situatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.