ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7903
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging categoriaal beschermingsbeleid en asielaanvraag Afghaanse asielzoeker
Eiser, een Afghaanse asielzoeker behorend tot de Hazara-groep, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af op grond van verblijf in Pakistan voorafgaand aan Nederland en het ontbreken van gegronde vrees voor vervolging.
De rechtbank beoordeelde of nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder het ambtsbericht van 19 augustus 2002 en het besluit tot beëindiging van het categoriaal beschermingsbeleid, als bedoeld in artikel 83 Vw Pro 2000, bij de beoordeling konden worden betrokken. De rechtbank oordeelde dat deze nieuwe feiten en omstandigheden wel als zodanig gelden, maar dat de goede procesorde zich kan verzetten tegen beoordeling met deze feiten als er aanwijzingen zijn voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 lid 1 onder Pro a, b of c.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aanspraak kon maken op een verblijfsvergunning op grond van persoonlijke vervolgingsgronden. De beleidswijziging tot beëindiging van het categoriaal beschermingsbeleid werd als redelijk beoordeeld, mede vanwege de instemming van de Tweede Kamer en de verbeterde veiligheidssituatie in Afghanistan.
Hoewel het verblijf van eiser in Pakistan ten onrechte als verblijfsalternatief werd aangemerkt, leidde dit niet tot een gegrond beroep vanwege de beëindiging van het categoriaal beschermingsbeleid. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep van de Afghaanse asielzoeker tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning en het beëindigen van het categoriaal beschermingsbeleid is ongegrond verklaard.