ECLI:NL:RBSGR:2002:AI1311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering BT Ignite tegen KPN inzake interconnectietarieven periode juli 1999-augustus 2000
BT Ignite vordert van KPN betaling van een bedrag van € 6.564.029,62 voor geleverde interconnectiediensten in de periode juli 1999 tot augustus 2000, vermeerderd met rente, na verrekening met openstaande facturen van KPN aan BT. KPN stelt dat zij de overeenkomst betreffende de BT-tarieven geldig heeft opgezegd en dat er voor de betwiste periode geen nieuwe tarieven zijn vastgesteld.
BT heeft daarnaast een procedure bij OPTA lopen om de tarieven voor die periode vast te stellen, waarbij verwezen wordt naar een vergelijkbare zaak tussen Energis en KPN. De rechtbank te Rotterdam behandelt een bodemprocedure over de geldigheid van de tarieven, waarvan het vonnis op 21 maart 2002 wordt verwacht.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij kort geding terughoudendheid geboden is bij toewijzing van geldvorderingen en dat het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk moet zijn. Gezien de lopende bodemprocedure en de onzekerheid over de geldigheid van de tarieven, is de vordering niet voldoende aannemelijk en is er geen spoedeisend belang. De nevenvordering tot betaling van facturen vanaf oktober 2001 wordt afgewezen vanwege verrekening met een tegenvordering van KPN. BT wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering van BT af wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang.