ECLI:NL:RBSGR:2002:AO5311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming medische behandeling minderjarige bij ernstig levensgevaar
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de gezinsvoogdij-instelling om vervangende toestemming te verlenen voor een noodzakelijke medische behandeling van een minderjarige van 12 jaar die ernstig ziek is en zich in een levensbedreigende situatie bevindt.
De minderjarige weigert zelf toestemming te geven voor de behandeling, en de ouders weigeren eveneens toestemming op basis van hun godsdienstige overtuiging. De rechtbank oordeelt dat de minderjarige op dit moment niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, mede gezien zijn leeftijd en de ernst van zijn ziekte.
Gelet op artikel 1:264 BW Pro zijn er gegronde redenen om vervangende toestemming te verlenen. Tevens wordt overwogen dat een minderjarige van twaalf jaar volgens de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst nog niet bevoegd is om zelfstandig een behandelingsovereenkomst aan te gaan. Het verhoor van de minderjarige kan niet worden afgewacht zonder ernstig gevaar voor zijn gezondheid.
De kinderrechter verleent daarom op 24 december 2002 vervangende toestemming voor de medische behandeling en stelt een zitting in op 31 december 2002 om alle betrokkenen te horen.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor noodzakelijke medische behandeling van ernstig zieke minderjarige.