ECLI:NL:RBSGR:2003:AF3193

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
22 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/20
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • H.F.M. Hofhuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 MededingingswetArt. 10 Wet openbaarheid van bestuurArt. 60 lid 2 MededingingswetArt. 1 lid 3 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op openbaarmaking vertrouwelijke gegevens in Mededingingswetprocedure

De zaak betreft een kort geding van Koninklijke Wegenbouw Stevin B.V. tegen de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) over de openbaarmaking van vertrouwelijke bedrijfsgegevens in een Mededingingswetonderzoek.

De NMa had een onderzoek ingesteld naar een mogelijke overtreding van artikel 6 lid 1 Mededingingswet Pro door eiseres en wilde stukken ter inzage leggen. Eiseres stelde dat vrijwel alle documenten vertrouwelijke bedrijfsinformatie bevatten en verzocht om bescherming tegen openbaarmaking aan derden buiten de in de NMa-brief genoemde geadresseerden.

Na bezwaar en een eerdere afwijzing door de voorzieningenrechter in Rotterdam, wijzigde eiseres haar vordering in overleg met de NMa. De voorzieningenrechter in kort geding te 's-Gravenhage oordeelde dat het verbod op openbaarmaking aan derden dan de genoemde geadresseerden gegrond was en wees de vordering toe. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de NMa vertrouwelijke gegevens aan derden buiten de in de brief genoemde geadresseerden ter inzage te leggen of openbaar te maken.

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
sector civiel recht - voorzieningenrechter
Vonnis in kort geding van 22 januari 2002,
gewezen in de zaak met rolnummer KG 03/20 van:
de besloten vennootschap Koninklijke Wegenbouw Stevin B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres,
procureurs mrs. E.H. Pijnacker Hordijk en M.G.J. Cooymans,
tegen:
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Economische Zaken, Nederlandse Mededingingsautoriteit),
zetelende te 's-Gravenhage,
gedaagde,
procureur mr. E.J. Daalder.
1. De feiten en het procesverloop
1.1. De directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de NMa), als orgaan van gedaagde, heeft een onderzoek ingesteld naar een overtreding van artikel 6 lid 1 van Pro de Mededingingswet (Mw) door eiseres.
1.2. Alvorens aan de in artikel 60 lid 2 Mw Pro neergelegde verplichting tot terinzage- legging voor belanghebbenden van het rapport en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken te voldoen, heeft de NMa bij brief van 28 november 2002 eiseres onder meer verzocht om aan te geven welke gegevens uit de aan die brief gehechte, op de zaak betrekking hebbende stukken moeten worden beschouwd als vertrouwelijke gegevens in de zin van artikel 10 Wet Pro openbaarheid van bestuur (Wob).
1.3. Bij brief van 5 december 2002 heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat (bijna) alle documenten op grond van artikel 10 lid 1 sub c Wob Pro als vertrouwelijke bedrijfs- of fabricagegegevens moeten worden beschouwd. Voorts heeft zij beklemtoond dat zij er belang bij heeft alleen openbaarmaking toe te staan van gegevens die nadrukkelijk als niet-vertrouwelijk hebben te gelden, nu op voorhand niet duidelijk is wie als belanghebbenden worden beschouwd.
1.4. Bij brief van 13 december 2002 heeft de NMa aan eiseres bericht dat haar verzoek om (nagenoeg) alle aan haar toegezonden stukken in hun geheel als vertrouwelijk te behandelen wordt afgewezen. De NMa kondigt voorts aan dat de betreffende documenten ter inzage zullen worden gelegd.
1.5. Eiseres heeft op 17 december 2002 tegen dat besluit bezwaar aangetekend en voorts aan de voorzieningenrechter in de sector bestuursrecht van de rechtbank Rotterdam verzocht bij wijze van voorlopige voorziening de NMa te verbieden de bedoelde gegevens openbaar te maken.
1.6. Bij uitspraak van 24 december 2002 heeft die voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van de door de NMa voorgenomen ter- inzagelegging van gegevens in een soortgelijke zaak afgewezen op grond van zijn oordeel dat het verzoek niet was gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1 lid 3 Awb Pro. Eiseres heeft zich vervolgens gewend tot de voorzieningenrechter in dit kort geding.
1.7. Bij de behandeling ter zitting van 15 januari 2003 hebben partijen in die zin overeenstemming bereikt dat eiseres haar vordering zal wijzigen en dat de NMa zich daartegen niet zal verzetten en zich terzake zal refereren aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft hierna het vonnis bepaald op 22 januari 2003.
1.8. Bij brief van 17 januari 2003 heeft een van de procureurs van eiseres de voorzieningenrechter medegedeeld de vordering na overleg met de NMa te wijzigen als hierna onder 2. vermeld.
1.9. Bij brief van 17 januari 2003 aan de voorzieningenrechter heeft de procureur van gedaagde medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen de eiswijziging en zich te refereren aan het oordeel van de rechter. Gedaagde heeft hieraan toegevoegd dat de referte niet betekent dat hij afstand doet van de mogelijkheid om, indien noodzakelijk, opheffing te vragen van een eventueel door de voorzieningenrechter te treffen voorziening.
2. De vordering
Eiseres vordert - na wijziging van eis - zakelijk weergegeven:
gedaagde te verbieden de door eiseres bij brief van 5 december 2002 als vertrouwelijk aangemerkte gegevens in het kader van de procedure als bedoeld in Hoofdstuk 7 § 2 Mw. ter inzage te leggen voor of openbaar te maken aan andere ondernemingen dan de in de brief van de NMa van 13 december 2002, gericht aan de gemachtigde van eiseres, met name genoemde geadresseerden van het rapport.
3. De beoordeling
Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt en verzocht die overeenstemming vast te leggen in een vonnis.
Gedaagde heeft zich met betrekking tot de gewijzigde vordering gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
Nu de vordering niet is weersproken en naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op de wet is gegrond, is de vordering op de hierna te vermelden wijze toewijsbaar.
In de omstandigheid dat partijen overeenstemming hebben bereikt wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter:
Verbiedt gedaagde de door eiseres bij brief van 5 december 2002 (productie 2 aan de zijde van eiseres) als vertrouwelijk aangemerkte gegevens in het kader van de procedure als bedoeld in Hoofdstuk 7 § 2 Mededingingswet ter inzage te leggen voor of openbaar te maken aan andere ondernemingen dan de in de brief van de NMa van 13 december 2002, gericht aan de raadsman van eiseres met kenmerk 3020/166b81 (productie 3 aan de zijde van eiseres), met name genoemde geadresseerden van het rapport.
Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en uitgesproken ter openbare zitting van 22 januari 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.