ECLI:NL:RBSGR:2003:AF4553
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering ambtshalve beoordeling verblijfsvergunning regulier
Eiseres, van Armeense afkomst uit Azerbeidzjan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij vervolging ondervond vanwege haar etnische achtergrond en traumatische gebeurtenissen zoals mishandeling en verkrachting. Verweerder oordeelde dat de situatie niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus, omdat de mishandeling en verkrachting niet door of namens de autoriteiten waren gepleegd en er een vestigingsalternatief bestond.
De rechtbank onderschreef dit oordeel en stelde vast dat de gebeurtenissen niet specifiek gericht waren op eiseres en dat zij bescherming van de autoriteiten had kunnen inroepen. Ook de aanvraag op grond van traumabeleid werd afgewezen omdat niet was voldaan aan de vereisten dat de verkrachting door een bevoegde groepering was gepleegd.
Daarnaast stelde eiseres beroep in tegen de weigering van verweerder om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De rechtbank oordeelde dat ambtshalve verlening beperkt is tot drie specifieke gevallen genoemd in artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000, die hier niet van toepassing waren. Het ontbreken van een ambtshalve beoordeling kon niet als een besluit worden aangemerkt waartegen rechtsmiddelen openstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel ongegrond en het beroep tegen de weigering tot ambtshalve beoordeling niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel ongegrond; beroep tegen weigering ambtshalve beoordeling verblijfsvergunning regulier niet-ontvankelijk.