ECLI:NL:RBSGR:2003:AF4572
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens onvoldoende voortgangsrapportage verwijdering vreemdeling
De Minister voor Vreemdelingenzaken legde op 6 september 2002 aan eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, de maatregel van bewaring op. Op 6 januari 2003 meldde verweerder het voortduren van de bewaring aan de rechtbank, wat werd opgevat als een beroep tegen deze voortzetting. De rechtbank behandelde het beroep op 17 januari 2003, waarbij eiser werd vertegenwoordigd door zijn raadsman.
De rechtbank constateerde dat de voortgangsrapportage (formulier M121) onvoldoende inzicht gaf in de frequentie van rappelleren bij de Nigeriaanse autoriteiten, wat in strijd is met artikel 3.5.4.3b van de Richtlijnen Bewaringszaken 2000. Deze informatie is noodzakelijk om de voortvarendheid en het zicht op uitzetting te beoordelen en om te bepalen of de zaak buiten zitting kan worden afgedaan.
Ondanks eerdere waarschuwingen en inspanningen van verweerder bleef de kwaliteit van de rapportages onvoldoende. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet zonder reden kon volstaan met een summier ingevuld formulier en verbond consequenties aan het onvolledig invullen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 17 januari 2003 en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €322.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de maatregel van bewaring wegens onvoldoende voortgangsrapportage over verwijdering.