ECLI:NL:RBSGR:2003:AF4643
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Timmermans
- Van den Broek
- Van der Wind
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 13 februari 2003 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van poging tot het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Verdachte werd betrapt op het vervoeren van 1894 gram cocaïne van Nederland naar Duitsland, waarvoor hij een beloning van €1000 ontving.
De verdediging voerde aan dat de aanhouding onrechtmatig was en dat het daarop gebaseerde bewijs daarom uitgesloten moest worden, wat zou moeten leiden tot vrijspraak. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de aanhouding gegrond was op een redelijke verdenking, gelet op het gedrag van verdachte en de verpakking van het pakket.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleegde aan de poging tot drugshandel. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de maatschappelijke schadelijkheid van cocaïne en de antecedenten van verdachte in Duitsland. De straf werd vastgesteld op 20 maanden gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht.
Daarnaast werden bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard, waaronder een personenauto, plakband en geldbedrag, terwijl een telefoon werd teruggegeven aan verdachte. Andere voorwerpen werden in bewaring gegeven voor de rechthebbende. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot drugshandel met cocaïne.