ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5205
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens late indiening gelegaliseerde ongehuwdverklaring
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, diende in 1998 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning om bij zijn Nederlandse partner te verblijven en loonarbeid te verrichten. De aanvraag werd aanvankelijk buiten behandeling gesteld, waarna een langdurige procedure volgde met meerdere bezwaarschriften en beroepschriften. Pas na jaren overhandigde eiser gelegaliseerde en geverifieerde documenten die zijn ongehuwde staat aantonen, welke door de minister van Buitenlandse Zaken werden goedgekeurd.
Verweerder stelde dat deze documenten te laat waren ingediend en buiten beschouwing moesten blijven vanwege de ex tunc toetsing in de beroepsfase. De rechtbank oordeelde echter dat het aanzienlijke tijdsverloop en de erkenning door verweerder van eerdere fouten vereisten dat het bestuursorgaan zorgvuldig en binnen een redelijke termijn opnieuw zou beslissen, met inachtneming van alle relevante omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder tekort was geschoten in de zorgvuldigheid en dat het besluit vernietigd moest worden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij de gelegaliseerde documenten betrokken dienen te worden, tenzij er contra-indicaties zijn.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.