ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5866
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G.J. Roelvink
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel wegens categoriale bescherming Tutsi-afkomst
Eiseres, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo en etnisch half Tutsi via haar moeder, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees dit af op basis van een formeel patrilineair afstammingscriterium dat alleen personen met een Tutsi-vader voor categoriale bescherming in aanmerking laat komen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit formele criterium wordt gehanteerd en dat het onderscheid tussen Tutsi-afkomst via vader of moeder niet gerechtvaardigd is. Eiseres voldeed derhalve wel aan de voorwaarden voor categoriale bescherming.
Daarnaast werden twijfels geuit over de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres, onder meer vanwege tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van reisdocumenten. Desondanks oordeelde de rechtbank dat verweerder het weigeren van de verblijfsvergunning op basis van het formele afstammingscriterium niet kon handhaven.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de weigering van de verblijfsvergunning betrof en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de contra-indicatie openbare orde opnieuw moet worden beoordeeld. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de weigering van de verblijfsvergunning betreft en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.