ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5879
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling wegens schending procedurele voorschriften
De vreemdeling, van Angolese nationaliteit, was eerder in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf. Deze bewaring werd opgeheven vanwege een vormfout doordat de rechtbank niet tijdig was geïnformeerd over het voortduren van de bewaring. Bij opheffing ontving de vreemdeling een vordering om in persoon te verschijnen voor het verstrekken van inlichtingen. De volgende dag werd hij staande gehouden en opnieuw in bewaring gesteld.
De rechtbank oordeelt dat de vordering om te verschijnen onderdeel is van het voortraject van de hernieuwde bewaring en dat verweerder niet kon aangeven welke inlichtingen moesten worden verstrekt. Gezien het feit dat een laissez-passer reeds was afgegeven, concludeert de rechtbank dat de vordering onrechtmatig was en bedoeld om de vreemdeling opnieuw in bewaring te stellen, wat een schending is van artikel 3:3 Awb Pro.
De daaropvolgende staandehouding en inbewaringstelling zijn daarom niet gerechtvaardigd. De bewaring wordt als onrechtmatig beschouwd en de rechtbank beveelt de opheffing ervan. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €760 voor de acht dagen die de vreemdeling in bewaring heeft doorgebracht, en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt onrechtmatig verklaard, opgeheven en er wordt een schadevergoeding van €760 toegekend.