ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6487
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overschrijding claimtermijn volgens Dublinverordening leidt tot herbeoordeling asielaanvraag
Eiser diende op 2 april 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het verzoek, op grond van de Dublinovereenkomst. De rechtbank constateerde dat het verzoek tot overname aan Duitsland pas na meer dan zes maanden werd gedaan, wat de termijn uit artikel 11, eerste lid, van de Dublinverordening overschrijdt.
Hoewel eiser geen beroep deed op deze termijnoverschrijding, stelde de rechtbank ambtshalve vast dat deze overschrijding van openbare orde is en dat de rechtbank deze rechtsgrond ook zonder beroep moet toetsen. Dit volgt uit artikel 8:69 Awb Pro en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De rechtbank concludeerde dat artikel 11, eerste lid, Dublinverordening rechtstreeks toepasselijk is en de belangen van de asielzoeker beschermt. De overschrijding van de termijn betekent dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten van eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter W.P.M. Elderman op 7 februari 2003.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat Nederland de asielaanvraag opnieuw moet behandelen vanwege overschrijding van de termijn uit artikel 11, eerste lid, Dublinverordening.