ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6490
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens schending essentiële procedurele waarborg in AC-procedure
Verzoeker, een asielzoeker uit Congo met een aanvraag ingediend op 13 januari 2003, kreeg zijn aanvraag afgewezen door de minister vanwege onvoldoende bewijs van identiteit en reisdocumenten en twijfel aan de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas.
Verweerder bracht een bijgesteld voornemen uit binnen de wettelijke termijn van 48 procesuren, maar bood verzoeker niet de wettelijk vereiste termijn van drie uur om een zienswijze te geven. Dit werd door de rechtbank als een schending van een essentiële procedurele waarborg beoordeeld.
Hoewel het tijdstip van uitreiking van het bijgestelde voornemen niet was vastgelegd, werd dit niet als nadeel voor verzoeker aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de schending van de termijn voor zienswijze niet onder de regeling van artikel 6:22 Awb Pro valt, omdat het een essentieel onderdeel van de procedure betreft.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking van 16 januari 2003 en droeg verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de procedure terugkeert naar de fase van behandeling van de aanvraag, waarin verzoeker niet met uitzetting wordt bedreigd.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.