ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6505
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van vreemdelingenbesluiten wegens dienstweigering en amnestiewet in FRJ
Eisers afkomstig uit de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die hun aanvragen voor verblijfsvergunningen op humanitaire gronden afwezen. Centrale kwestie was of eisers terecht werden geweigerd vanwege vermeende dienstweigering, terwijl een amnestiewet van kracht was die vervolging voor dienstweigering voor een bepaalde datum uitsluit.
De rechtbank constateerde meerdere tegenstrijdigheden tussen de door eisers overgelegde documenten, waaronder dagvaardingen en een verstekvonnis, en de ambtsberichten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in de FRJ. Zo was onduidelijk of er een rechtbank in Uzice bestond en of de amnestiewet daadwerkelijk werd nageleefd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet zonder nadere motivering en onderzoek mocht uitgaan van de juistheid van de ambtsberichten en dat het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden door het nalaten van onderzoek naar authenticiteit van documenten. Ook werd geoordeeld dat elke straf in strijd met de amnestiewet onevenredig of discriminerend is.
Daarom werden de beroepen gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat aangewezen om het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de besluiten en draagt op tot nieuwe besluitvorming met inachtneming van deze uitspraak.