ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6522
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Catsburg
- C. Lely - van Goch
- P.E.M. Messer-Dinnissen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging categoriale bescherming Rwanda in vreemdelingenrechtelijke procedure
Eiser, een Rwandese nationaliteit behorende tot de Hutu-bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van het categoriale beschermingsbeleid dat sinds 1995 gold voor Rwanda. Verweerder beëindigde dit beleid per 22 februari 2001 op basis van ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken uit 2000 en 2001, waarin de veiligheidssituatie in Rwanda werd beoordeeld.
Eiser stelde dat de situatie in Rwanda verslechterd was en dat het beleid onredelijk was beëindigd, onderbouwd met rapporten en documenten die wijzen op ernstige mensenrechtenschendingen, geweld en politieke instabiliteit. Verweerder beriep zich op de ruime beleidsvrijheid die hem toekomt en stelde dat het geweld en de situatie niet zodanig waren dat terugkeer naar Rwanda van bijzondere hardheid was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zich op redelijke gronden kon baseren op de ambtsberichten en dat het niet aan de rechter is om verschillende visies op de situatie in Rwanda te beoordelen. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot beëindiging van het categoriale beschermingsbeleid niet onredelijk was en wees het beroep ongegrond.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser geen recht had op een hoorzitting in bezwaar en dat de communicatie tijdens het gehoor voldoende zorgvuldig was verlopen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning op grond van het beëindigde categoriale beschermingsbeleid voor Rwanda wordt ongegrond verklaard.