ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6526
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onjuiste verdenking vals paspoort en toekenning schadevergoeding
Eiser werd op 30 januari 2003 aangehouden tijdens een uitreiscontrole op Schiphol wegens de vermoedelijke overtreding van artikel 231 WvSr Pro, namelijk het bezit van een vals of vervalst paspoort. Op 31 januari 2003 werd eiser in bewaring gesteld op grond van het ontbreken van geldige identiteitspapieren, het gebruik van een vals paspoort, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en verdenking van een misdrijf.
Op 3 februari 2003 toonde eiser aan dat zijn paspoort onvervalst was, waarna hij onmiddellijk in vrijheid werd gesteld. De rechtbank oordeelde dat de inbewaringstelling vanaf het begin onrechtmatig was omdat de gronden voor bewaring gebaseerd waren op een onjuiste veronderstelling. Het beroep tegen de bewaring werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €270,- voor drie dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten ad €644,-. De betaling van de schadevergoeding dient te geschieden aan de griffier vanwege de toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk verklaard en schadevergoeding van €270,- toegekend wegens onrechtmatige bewaring.