ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6611
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs en vestigingsalternatief in Nigeria
Verzoeker, een Nigeriaanse staatsburger uit Zamfara, diende een asielaanvraag in na het ontvluchten van mogelijke vervolging vanwege een niet-huwelijkse relatie. Verweerder betwistte de geloofwaardigheid van zijn reisverhaal, onder meer op basis van het Lloyds Sea Searcher-scheepvaartregistratiesysteem. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van verzoeker ongeloofwaardig zouden zijn, mede omdat het registratiesysteem commercieel is en niet alle routes registreert.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet elders in Nigeria bescherming kan vinden tegen de door hem gevreesde behandeling, aangezien het sharia-strafrecht slechts in bepaalde deelstaten geldt. Het ambtsbericht toonde aan dat niet alle islamitische deelstaten het sharia-strafrecht toepassen, waardoor vestiging elders mogelijk is.
De voorzieningenrechter verwierp het beroep van verzoeker en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd overwogen dat de situatie van verzoeker niet valt onder de beschermingsgronden van het Vluchtelingenverdrag, omdat zijn vrees voortkomt uit privésfeer en niet uit vervolging wegens politieke, godsdienstige of sociale gronden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs en het bestaan van een vestigingsalternatief.