ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6612
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse man wegens ontbreken vervolgingsgrond en beschikbaar vestigingsalternatief
Verzoeker, een Nigeriaanse man afkomstig uit Benin-City, stelde dat hij vanwege familieconflicten en bedreigingen niet kon terugkeren naar Nigeria. Hij vorderde toelating als vluchteling. De rechtbank oordeelde dat de problemen van verzoeker zich in de privésfeer afspelen en niet onder de vervolgingsgronden van het Vluchtelingenverdrag vallen. Verzoeker kon zich bovendien elders in Nigeria, bijvoorbeeld in Lagos, vestigen om represailles te vermijden.
De rechtbank nam mee dat verzoeker geen geldige documenten kon overleggen en dat het gebruik van een vals paspoort hem niet werd vergeven. Verweerder mocht op grond van artikel 31, tweede lid, sub f, van de Vreemdelingenwet 2000 het ontbreken van documenten tegen verzoeker aanvoeren. Verzoeker had ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet beschermd kon worden door de autoriteiten.
De rechtbank besloot dat het besluit van verweerder om de verblijfsvergunning te weigeren binnen de 48-uursprocedure terecht was genomen. Nader onderzoek zou niet bijdragen aan een andere beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.