ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6618
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. Lely - van Goch
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid in uitzettingsprocedure
Eiser, een vreemdeling van Sierra Leoonse nationaliteit, was sinds 24 oktober 2002 in bewaring gesteld. Verweerder, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, had de bewaring voortgezet en dit werd door eiser aangevochten.
De rechtbank toetste of de voortzetting van de bewaring in overeenstemming was met de Vreemdelingenwet 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000, waarin onder meer is bepaald dat bewaring niet langer mag duren dan strikt noodzakelijk en dat de vreemdeling regelmatig, minimaal eenmaal per drie maanden, persoonlijk moet worden gehoord.
Verweerder had eiser sinds 24 oktober 2002 niet meer persoonlijk gehoord, afgezien van een mogelijk gehoor op de dag van de presentatie op 7 februari 2003. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende voortvarend had gewerkt aan de uitzetting, mede omdat het onderzoek naar identiteit en nationaliteit niet als vrijstelling van de hoorverplichting kon gelden. Contacten via terugkeerfunctionarissen werden niet als voldoende geacht omdat hiervan geen processen-verbaal aanwezig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per direct en veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid van verweerder in de uitzettingsprocedure.