ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7280
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Voorlopige toelating niet-homeopathische antroposofische geneesmiddelen tijdens bodemprocedure
Het Patiëntenplatform Antroposofische Gezondheidszorg en aanverwante partijen vorderden in kort geding dat de Staat het verbod op het bereiden en verhandelen van niet-homeopathische antroposofische geneesmiddelen niet zou handhaven totdat de bodemrechter hierover definitief heeft beslist. Deze geneesmiddelen zijn al circa 80 jaar op de markt en worden veelal voorgeschreven door artsen. De Staat handhaaft het registratieverbod uit artikel 3 lid 4 van Pro de Wet op de geneesmiddelenvoorziening (Wog), dat sinds 1 januari 2002 volledig van kracht is.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van de eisers en constateert dat er twijfel bestaat over de vraag of de Europese richtlijn de strikte registratieplicht voor deze geneesmiddelen voorschrijft. Ook is niet uitgesloten dat de huidige registratieprocedures niet passend zijn voor deze specifieke geneesmiddelen. Daarnaast is van belang dat soortgelijke geneesmiddelen in andere EU-lidstaten wel worden toegelaten. Gezien de belangen van patiënten, artsen en producenten en het ontbreken van aanwijzingen voor gezondheidsrisico’s, wordt een voorlopige maatregel getroffen.
De Staat wordt bevolen om gedurende de bodemprocedure toe te laten dat de producenten Weleda en Wala deze geneesmiddelen bereiden, verkopen en afleveren, en dat apothekers deze middelen mogen verkopen en afleveren, mits deze geneesmiddelen door een arts zijn voorgeschreven. Dit voorkomt onomkeerbare schade en waarborgt de volksgezondheid. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Staat moet gedurende de bodemprocedure toelaten dat niet-homeopathische antroposofische geneesmiddelen worden bereid en verhandeld, mits voorgeschreven door een arts.