ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7717
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering voorwaardelijke vergunning tot verblijf en driejarenbeleid voor etnisch Albanezen uit Kosovo
Eiser, een etnisch Albanees uit Kosovo, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Na afwijzing van zijn aanvragen en bezwaar, stelde de rechtbank vast dat eiser geen vluchteling was en geen verblijfsvergunning op humanitaire gronden kon krijgen. Vervolgens stond ter beoordeling of verweerder terecht een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) had geweigerd en of de weigering van een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid rechtmatig was.
De rechtbank overwoog dat verweerder beleidsvrijheid heeft om het vvtv-beleid te beëindigen en dat het vvtv-beleid voor etnisch Albanezen uit Kosovo slechts van 21 april 1999 tot 16 juli 1999 gold. Daarom was het niet onredelijk dat verweerder eiser geen vvtv met terugwerkende kracht verleende. Ten aanzien van het driejarenbeleid stelde de rechtbank vast dat dit beleid vanaf 3 augustus 2000 van kracht was en dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, met name omdat het enkel procederen voor een vvtv geen relevant tijdsverloop oplevert.
De rechtbank toetste het beleid marginaal en oordeelde dat het beleid niet kennelijk onredelijk was en niet in strijd met eerdere uitspraken van de Rechtseenheidskamer. Ook was het besluit om eiser niet te horen in bezwaar gerechtvaardigd. Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de vorderingen van eiser af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van een vvtv en verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid.