ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7819
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na binnentreden zonder schriftelijke machtiging
In deze bestuursrechtelijke zaak werd beoordeeld of de vreemdelingenbewaring rechtmatig was, waarbij de vreemdeling zich verzette tegen de staandehouding in een pand zonder schriftelijke machtiging tot binnentreden. De staandehouding vond plaats in het kader van een strafrechtelijke aanhouding wegens vermoedelijke overtreding van de Wet Milieubeheer en de Algemene Plaatselijke Verordening.
De rechtbank stelde vast dat het pand niet meer bewoond werd, waardoor het niet als woning in de zin van de Algemene Wet op het Binnentreden (Awbi) kon worden aangemerkt en een schriftelijke machtiging niet vereist was. Zelfs als dat wel het geval was geweest, zou de vreemdeling niet in zijn belangen zijn geschaad omdat hij niet de bewoner was.
Verder overwoog de rechtbank dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had, zich aan toezicht onttrok en er voldoende grond was om aan te nemen dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De bewaring was daarom gerechtvaardigd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard omdat het binnentreden zonder schriftelijke machtiging rechtmatig was.