ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7844
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.A.P. van der Roest
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken noodzakelijke reisdocumenten en toekenning schadevergoeding
Eiser is op 5 maart 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, onder de onjuiste veronderstelling dat er een laissez-passer voor hem was afgegeven. Dit bleek niet het geval, en er was ook geen verwachting dat een dergelijk reisdocument binnen korte termijn beschikbaar zou zijn. Hierdoor was niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor bewaring op basis van artikel 59, tweede lid, Vw 2000.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring op deze grondslag onrechtmatig is. Ook als de bewaring zou zijn gebaseerd op het eerste lid van artikel 59, is het enkel ontbreken van een identiteitsdocument onvoldoende om een inbreuk op de openbare orde aan te nemen, omdat niet is gemotiveerd waarom dit zou leiden tot het vermoeden dat eiser zich aan zijn uitzetting zou onttrekken.
De bewaring is op 11 maart 2003 opgeheven. Gezien de onrechtmatigheid van de bewaring kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €570,00 voor de zes dagen onrechtmatige detentie. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Bewaring van eiser was onrechtmatig en hij kreeg een schadevergoeding van €570 toegekend.