ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8128
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F.J. Agema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning Liberiaanse asielzoeker wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Verzoeker, een Liberiaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees de aanvraag af wegens twijfel aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van een categorie beschermingsbeleid voor Liberiaanse asielzoekers.
Verzoeker betoogde dat zijn verhaal wel geloofwaardig is en dat de situatie in Liberia ernstig is verslechterd, onderbouwd met recente rapporten van Amnesty International en andere bronnen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de geloofwaardigheid van verzoeker onvoldoende was aangetoond, maar dat de situatie in Liberia sinds de laatste ambtsberichten aanzienlijk was verslechterd.
De rechtbank concludeerde dat de ministeriële besluitvorming niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand was gekomen, omdat de gebruikte ambtsberichten niet actueel waren. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de nieuwe informatie. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en beveelt een nieuwe zorgvuldige beslissing.