ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8139
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning asiel wegens motiveringsgebrek
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, verzocht in 1998 om toelating als vluchteling. De minister weigerde een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat terugkeer naar Algerije niet van bijzondere hardheid zou zijn. De minister verwees daarbij naar het ontbreken van een categoriaal beschermingsbeleid ten aanzien van Algerije, zonder dit adequaat te motiveren.
Eiser betwistte deze motivering met verwijzing naar rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch die een verslechterde mensenrechtensituatie in Algerije aantoonden. De rechtbank stelde vast dat de minister niet had gemotiveerd waarom deze nieuwe feiten niet tot een ander oordeel leidden en dat verweerder niet adequaat had verwezen naar de relevante beleidsregels in de Vreemdelingencirculaire.
De rechtbank oordeelde dat de minister gehouden was de motivering te geven waarom hij in redelijkheid tot het vaststellen van het niet-voeren van categoriaal beschermingsbeleid was gekomen. Omdat dit ontbrak, werd het besluit vernietigd. Het beroep op het driejarenbeleid werd niet ontvankelijk verklaard, omdat daarover nog bezwaar openstond. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.