ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8321
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.M. Schaap-Meulemeester
- E. Steendijk
- J.F.M.J. Bouwman
- Rechtspraak.nl
Intrekking vluchtelingenstatus en ongewenstverklaring na strafrechtelijke veroordeling
Eiser, een Iraanse nationaliteit, werd in 1991 toegelaten als vluchteling. Na een veroordeling in 1996 tot twee jaar gevangenisstraf voor zes strafbare feiten, waaronder vier opzettelijke misdrijven met een strafbedreiging van drie jaar of meer, werd zijn vluchtelingenstatus ingetrokken en werd hij ongewenst verklaard. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd door de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACV) en later door verweerder afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de vluchtelingenstatus en de ongewenstverklaring niet in strijd zijn met het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro, aangezien eiser niet wordt uitgezet naar Iran vanwege het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank stelt vast dat de intrekking en ongewenstverklaring gerechtvaardigd zijn op grond van het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde, gezien de ernst en duur van de gepleegde strafbare feiten.
Verder is de inmenging in het recht op respect voor het familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) gerechtvaardigd. Eiser had geen intensief contact met zijn jongste dochter en het belang van openbare orde weegt zwaarder dan zijn persoonlijke belangen. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat het primair aan eiser is om Nederland te verlaten, ook als gedwongen uitzetting problematisch is.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vluchtelingenstatus en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.