ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8322
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing mvv-aanvraag en asielaanvraag bij verschillende bestuursorganen
Verzoekers, Afghaanse nationaliteit, vroegen bij de minister van Buitenlandse Zaken een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor asielrechtelijke bescherming. Na afwijzing in eerste aanleg en bezwaar kwamen zij naar Nederland en dienden een asielaanvraag in, die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen onder toepassing van artikel 4:6 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter oordeelde dat artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing is omdat de eerdere besluiten door een ander bestuursorgaan, de minister van Buitenlandse Zaken, waren genomen. De IND kon niet terugkomen op die besluiten. De inhoudelijke toetsing van de mvv-aanvraag aan het asieltoetsingskader deed hieraan niet af.
De rechtbank vernietigde de afwijzende beschikkingen van de IND wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb en droeg de IND op opnieuw te beslissen. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen. Tevens werd de staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoekers.
De zaak betrof een complexe combinatie van vreemdelingenrecht en bestuursrecht waarbij de bevoegdheid van bestuursorganen en de toepassing van herhaalde aanvragen centraal stonden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzende beschikkingen van de IND en beveelt hernieuwde besluitvorming zonder toepassing van artikel 4:6 Awb.