ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8324
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Verzoekster, een Nigeriaanse asielzoekster, diende op 12 februari 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees deze aanvraag bij beschikking van 15 februari 2002 af. Verzoekster stelde dat zij vanwege haar gezondheidstoestand niet in staat was om nader te worden gehoord voordat de afwijzing werd genomen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat uit de voorlopige zienswijze van 14 februari 2003 bleek dat verzoekster na het uitreiken van het voornemen tot afwijzing was flauwgevallen en drie dagen niet had geslapen, gegeten of gedronken. De gemachtigde gaf aan dat nader medisch onderzoek moest worden afgewacht en dat verzoekster zonodig in een opvangcentrum geplaatst moest worden. Desondanks ging de IND zonder reactie op deze zienswijze over tot afwijzing van de aanvraag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de IND niet zorgvuldig had gehandeld door de voorlopige zienswijze te negeren en zonder meer de afwijzing te nemen. Dit was in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarom werd de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beschikking te geven met inachtneming van deze uitspraak.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang daarvan was komen te vervallen door de gegrondverklaring van het beroep. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten ten behoeve van verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en draagt op tot een nieuwe beschikking.