ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8331
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.A. Jong
- W.J. van Bennekom
- H.B. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking voorwaardelijke vergunning tot verblijf van Koerdische asielzoeker uit Noord-Irak
Eiser, afkomstig uit Noord-Irak en behorend tot de Koerdische bevolkingsgroep, kreeg een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) die door verweerder werd ingetrokken. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid en dat hij buiten zijn schuld niet kon vertrekken omdat terugkeer naar Noord-Irak onmogelijk is.
De rechtbank overwoog dat het vvtv-beleid voor Iraakse asielzoekers was beëindigd en dat individuele omstandigheden bij de intrekking van de vvtv niet relevant zijn, vooral omdat eiser uit Noord-Irak komt en niet tot de risicogroepen behoort. De rechtbank nam het standpunt van verweerder over dat terugkeer naar Noord-Irak van Koerden in beginsel geen humanitaire noodsituatie oplevert.
Verder oordeelde de rechtbank dat zij niet kan toetsen of eiser op grond van het driejarenbeleid recht heeft op een verblijfsvergunning, conform een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser dient een nieuwe reguliere aanvraag in te dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de vvtv bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn voorwaardelijke vergunning tot verblijf wordt ongegrond verklaard.