ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8567
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid en geen schending EVRM artikel 3
Verzoeker, die stelt afkomstig te zijn uit Ivoorkust, vraagt asiel aan in Nederland vanwege vrees voor wraak van een drugsorganisatie en onveilige detentie op Curaçao. Hij heeft geen documenten ter onderbouwing van zijn identiteit overgelegd en kon zijn afkomst niet aannemelijk maken. Verweerder wees de aanvraag binnen 48 uur af wegens ongeloofwaardigheid en gebrek aan bewijs.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van documenten verzoeker kan worden toegerekend, mede omdat hij geen poging heeft gedaan deze te verkrijgen. Ook is niet aannemelijk dat hij uit Ivoorkust afkomstig is, aangezien hij weinig over dat land kan vertellen en geen acute vluchtsituatie bestaat. De vrees voor vervolging door de drugsorganisatie is onvoldoende concreet en er is geen bewijs dat hij zich niet tot lokale autoriteiten heeft gewend.
De stelling dat uitzetting naar Curaçao leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro wordt verworpen omdat niet vaststaat dat verzoeker in de Bon Futuro Prison zal worden geplaatst en het EHRM eerdere klachten over deze gevangenis op Curaçao betreffen het verleden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.