ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8726
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Correcte ingangsdatum verblijfsvergunning bij verblijf bij partner
Eiseres vroeg op 26 november 1998 een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij haar partner. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, waarna bezwaar en beroep volgden. Uiteindelijk verleende verweerder op 12 december 2001 een vergunning met ingang van 3 december 2001, de datum waarop eiseres een afschrift van haar paspoort overhandigde.
De kern van het geschil betrof de juiste ingangsdatum van de vergunning. Eiseres stelde dat zij reeds op 10 november 1999 aan alle voorwaarden voldeed, terwijl verweerder de vergunning pas liet ingaan op de datum van ontvangst van het paspoortafschrift in 2001. De rechtbank oordeelde dat volgens artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 de vergunning ingaat op de datum waarop aan alle voorwaarden is voldaan, maar niet eerder dan de datum van aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat eiseres op 10 november 1999 aan alle voorwaarden voldeed en dat het niet beslissend is wanneer het bewijs daarvan is geleverd. De ingangsdatum moest daarom worden vastgesteld op 10 november 1999. Het besluit van verweerder werd vernietigd voor zover het de latere ingangsdatum bepaalde. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak bevestigt het overgangsrecht en verduidelijkt de toepassing van artikel 26 Vreemdelingenwet Pro 2000 met betrekking tot de ingangsdatum van verblijfsvergunningen.
Uitkomst: De verblijfsvergunning wordt met ingang van 10 november 1999 verleend in plaats van 3 december 2001.