ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8780
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- E. de Greeve
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfvergunning zelfstandige vennoten Poolse vennootschap wegens ontbreken zelfstandigheid
Eisers, Poolse vennoten van een vennootschap onder firma gevestigd in Nederland, vroegen om een verblijfsvergunning voor zelfstandige arbeid. Verweerder weigerde deze vergunningen omdat eisers niet als zelfstandigen in de zin van artikel 44 van Pro de Europa-overeenkomst konden worden aangemerkt. De rechtbank toetste dit aan het destijds geldende recht en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waaronder het arrest Jany.
De rechtbank stelde vast dat de vennoten geen ondernemersrisico liepen, niet gezamenlijk en gelijkwaardig het bedrijf bestuurden, en onder een gezagsverhouding stonden wat betreft hun werkzaamheden, arbeidsomstandigheden en beloning. De vennoten verbleven slechts tijdelijk in Nederland, waren niet betrokken bij de continuïteit van de onderneming en verrichtten feitelijk arbeid die gewoonlijk in loondienst wordt verricht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geconcludeerd dat eisers niet als zelfstandigen konden worden beschouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de Rechtbank 's-Gravenhage op 21 februari 2003.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt als zelfstandigen te werken volgens artikel 44 Europa-overeenkomst.