ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8804
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake tewerkstellingsvergunning bij prioriteitgenietend arbeidsaanbod EU
De werkgever heeft op 19 januari 2001 een tewerkstellingsvergunning (twv) aangevraagd voor veertien werknemers, welke door verweerder is afgewezen. De werkgever stelde dat onvoldoende prioriteitgenietend arbeidsaanbod beschikbaar was in Nederland en de EU, terwijl verweerder het tegendeel betoogde. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onvoldoende feitelijke onderbouwing heeft geleverd voor het bestaan van voldoende prioriteitgenietend aanbod in de EU-lidstaten, ondanks een periode van 22 maanden om gegevens te verzamelen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het primaire verzoek om een voorlopige twv afwijzing niet kan worden toegewezen omdat het aan verweerder is om te beoordelen of aan de voorwaarden voor verlening is voldaan. Wel wijst de voorzieningenrechter het subsidiaire verzoek toe dat de werkgever tot vier weken na de beslissing op bezwaar als houder van de twv wordt behandeld. Dit voorkomt onherstelbaar nadeel voor de werkgever indien de vergunning alsnog wordt verleend.
De belangenafweging weegt mee dat de werkgever contractuele verplichtingen heeft en onvoldoende personeel beschikbaar is. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht aan verzoekers vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van een voldoende feitelijke grondslag voor bestuursbesluiten en de zorgvuldigheid bij het verzamelen van gegevens over arbeidsmarktvoorzieningen.
Uitkomst: Het subsidiaire verzoek wordt toegewezen dat de werkgever tot vier weken na bezwaarbehandeling als houder van de tewerkstellingsvergunning wordt behandeld.