ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9006
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang asielzoeker door COA
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende in 1999 een asielaanvraag in die bij besluit van 8 januari 2001 werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, waarna op 3 juni 2002 het bezwaar ongegrond werd verklaard. Op 24 december 2002 beëindigde het COA de opvangvoorzieningen aan verzoeker. Verzoeker verzocht de Minister om aanmelding bij het COA voor opvang, waarop niet tijdig werd beslist.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 8 januari 2001 geen meeromvattende beschikking was omdat het voor de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 is genomen. Het latere besluit van 3 juni 2002 is wel een meeromvattende beschikking. Het verzoek om voorlopige voorziening van 1 mei 2002, gericht tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar, schort het beëindigen van de opvang op.
De rechtbank volgt de stelling van verzoeker dat de beëindiging van de opvang niet rechtsgeldig kon plaatsvinden voordat de rechter hierover heeft geoordeeld. Verweerder wordt veroordeeld om verzoeker aan te melden bij het COA voor opvangvoorzieningen gedurende de bezwaarprocedure en in de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Minister verzoeker aan te melden bij het COA voor opvang gedurende de bezwaarprocedure en veroordeelt de Staat in de proceskosten.