ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9121
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband bij gezinshereniging
Eisers, Joegoslavische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor gezinshereniging bij hun moeder (referente) in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband tussen eisers en referente volgens het beleid was verbroken na een scheiding van meer dan vijf jaar.
De rechtbank oordeelde dat de referteperiode in deze zaak zes en een half jaar bedroeg en dat eisers niet voldeden aan de uitzonderingen op het verbroken gezinsband-beleid. Hoewel sprake was van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, vormde de weigering geen inmenging in dat gezinsleven. Wel moest worden beoordeeld of een positieve verplichting tot toelating bestond.
De rechtbank verwees naar de jurisprudentie van het EHRM in de zaak Sen tegen Nederland, waarbij een belangenafweging leidde tot toelating van het kind. De rechtbank constateerde dat verweerder deze belangenafweging niet had gemaakt en het motiveringsvereiste had geschonden.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan eisers toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de belangenafweging volgens artikel 8 EVRM.