ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9648
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens toepassing nieuw gezinsherenigingsbeleid niet voldoende gemotiveerd
Verzoekster, geboren in 1987 en van Oekraïense nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel gezinshereniging bij haar moeder. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het nieuwe gezinsherenigingsbeleid, dat ervan uitgaat dat bij een referteperiode langer dan vijf jaar de gezinsband is verbroken.
Verzoekster betoogde dat het oude beleid, dat minder streng is, op haar situatie van toepassing zou moeten zijn omdat er sprake is van een drie generatie-gezinsband en haar moeder altijd betrokken is gebleven bij haar verzorging. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het nieuwe beleid werd toegepast en niet het gunstigere oude beleid, zoals vereist op grond van artikel 3.103 Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank stelde vast dat onder het oude beleid de gezinsband niet als verbroken hoefde te worden beschouwd, mede omdat de moeder nog gezag had en in de kosten van opvoeding voorzag. Gezien het spoedeisend belang van verzoekster werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep gegrond was. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd.