ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9652
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning verruimde gezinshereniging wegens onjuiste motivering vernietigd
Eiseres verzocht op 8 januari 2001 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij haar dochter in Nederland. Verweerder wees de aanvraag op 18 april 2002 af, stellende dat eiseres het mvv-vereiste probeerde te omzeilen en dat de feitelijke gezinsband was verbroken. De rechtbank oordeelt dat de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing is en dat verweerder de aanvraag onjuist heeft beoordeeld.
Verweerder baseerde zijn afwijzing op het vermeende ontbreken van een feitelijke gezinsband en het bestaan van een nieuw gezin van de referente in Nederland. De rechtbank stelt vast dat dit beleid niet van toepassing is op de situatie van eiseres en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gezinsband verbroken zou zijn. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat eiseres financieel niet afhankelijk is van referente.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vanwege gebrekkige motivering en onredelijke beleidsuitvoering. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onredelijke beleidsuitvoering.