ECLI:NL:RBSGR:2003:AG0135
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. van Es
- R.M. Steinhaus
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs ongeloofwaardigheid asielrelaas
Eisers, afkomstig uit Tsjetsjenië, vroegen een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan. De minister wees deze aanvragen af omdat hij de verklaringen van eisers als onderling tegenstrijdig en ongeloofwaardig beoordeelde, en meende dat zij niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij in Tsjetsjenië vervolging of onmenselijke behandeling te vrezen hadden.
De rechtbank toetste of de minister in redelijkheid tot deze conclusie kon komen. Uit het onderzoek bleek dat de vermeende tegenstrijdigheden in de verklaringen over reizen naar Grozny en huiszoekingen onvoldoende feitelijke grondslag hadden. Ook werd geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de geloofwaardigheid van de detentie en vrijlating van eiser niet aannam, ondanks het ambtsbericht dat willekeurige arrestaties bevestigde.
De rechtbank concludeerde dat de minister zijn oordeel onvoldoende had onderbouwd en dat het relaas van eisers niet als ongeloofwaardig kon worden aangemerkt. De afwijzingsbesluiten werden vernietigd en de minister werd veroordeeld in de proceskosten. Eisers kregen zes weken om nieuwe besluiten te nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzingsbesluiten en verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.